Ik zou je het liefste in een doosje willen doen

Home » Ik zou je het liefste in een doosje willen doen

Ik zou je het liefste in een doosje willen doen

…en je bewaren, heel goed bewaren.

‘…Dan laat ik jou verzekeren voor anderhalf miljoen
En telkens zou ik eventjes het deksel opendoen
En dan strijk ik je zo zachtjes langs je haren
Dan lig je in de watten en niemand kan erbij
Geen dief die je kan stelen, je bent helemaal van mij…’

Misschien ken je deze eerste regels uit heb prachtige liedje ‘Ik zou je het liefste in een doosje willen doen’, geschreven in 1959 door Annie M. G. Schmidt en gezongen door Donald Jones.

Maar wat stop je dan in zo’n doosje? Een haarlok? Een ringetje? As? Wat je er ook in wil stoppen, uiteindelijk zijn het je herinneringen die je erin kwijt kunt. Dierbare herinneringen die je terugbrengen naar dat- of diegene wat je zo blij maakt. Herinneringen die je wil koesteren, nooit meer wil loslaten en altijd bij je wil dragen.

Geen dertien in een dozijn

Als uitvaartbegeleider ben ik voortdurend op zoek naar unieke objecten die vervaardigd worden vanuit het hart, met veel liefde en passie. En dan het liefste ook nog verkrijgbaar in kleine oplages, omdat ieder mens uniek is. Tijdens een van deze zoektochten, die ik graag vergelijk met het afstruinen van de heerlijke marktjes in Frankrijk tijdens vakanties, stuitte ik op een mooi pareltje. De mini urn van Memories to Keep©.

Ik legde contact met Harm, prees hem (welgemeend) om zijn mooie kunstwerkjes en gedachtegoed en ik vroeg hem of ik de mini urnen mocht toevoegen aan mijn ‘schatkist voor families’. We klikten samen goed en Harm stuurde me een van zijn prachtige houten mini urnen toe.

Wekenlang lag het mooie doosje naar mij te kijken. Want alleen al de verpakking is een cadeautje. Soms dan haalde ik het gladde houten urntje, wat veel weg heeft van een mooi keitje, uit zijn doosje en liet het door mijn handen glijden. Omsloot het met mijn handen en bedacht wat ik met dit mooie kleinood wilde doen. Besluiteloos legde ik het keitje dan zorgvuldig terug in zijn verpakking. Maar dat mijn opa onderdeel moest uitmaken van dit sieraad was onmiddellijk duidelijk.

Mijn Franse held

In 1999 overleed mijn allerliefste opa. Ik groeide als kind op zonder vader, en mijn opa was altijd de belangrijkste en (toen nog) enige man in mijn leven. Hij was een man van grote principes en met echte oude normen en waarden. Maar ook een dromer en hij (be)leefde intens. Emotioneel intens. Een echte francofiel en filosoof.  Mijn held. Ik adoreerde hem, en nog steeds. Die liefde verdwijnt niet, die wordt alleen maar meer. Elke dag mis ik hem nog, maar het verdriet wordt steeds dragelijker. 

Vele vakanties bracht ik door bij mijn opa en oma. Dan trokken we met de caravan en de zweefvliegclub naar Frankrijk om daar te vliegen. Hij was zweefvliegleraar en ik genoot enorm om naar hem kijken als hij bedreven vertelde over hetgeen hem bezielde. Dat ging dan als een echte Fransman. In een rap tempo en in geuren en kleuren. Maar vooral met veel grootse gebaren. Als hij iets vertelde kon je je ogen niet afhouden van zijn handen. Die vlogen alle kanten op om zijn gepassioneerde verhaal te benadrukken.

Avond aan avond zat ik als kleine ‘blaag’ met mijn held samen op de bank. Dat zijn mijn mooiste herinneringen. Dan gooide hij beide benen in zijn nek, keken we samen naar de hemel en dan leerde hij mij alle sterrenbeelden te herkennen. Had ik toen maar beter opgelet, dan had ik nu geweten welke sterrenbeelden er aan de hemel staan, als ik nu op een vredige avond de donkere hemel in tuur.

Eigenlijk lijk ik wel erg veel op hem, net zo intens en bevlogen. Iets wat ik me de laatste jaren steeds meer ben gaan beseffen. Alleen die benen in mijn nek gooien is me nóóit gelukt.

En toen was alles weg

Met zijn dood viel niet alleen hij weg, maar ook ongemerkt het hele fundament in onze familie. Want dat was hij. Ons fundament. Hij was het cement dat alle brokken bijeenhield. Met het wegvallen van dat cement brokkelde ook onze familie uiteen.

Wij zijn allemaal niet zulke praters. Over koetjes en kalfjes dat gaat ons goed af, maar onze gevoelens en verlangens, de zin van het leven? Dat vinden we lastig. Die verhullen we zorgvuldig net als onze, door de jaren heen, opgelopen littekens. 

Ik ben daar toch iets anders in. Ik ben die dromer en (be)leef en voel intens. Zoek continue naar de zin van het leven en zoek verbindingen. En ik praat daar ook graag over, met vrienden, met mensen die ik ontmoet in mijn seizoenen. Alleen niet met mijn moeder. En soms is dat best verdrietig, maar het lukt gewoon niet zo goed. De warme verbinding naar mijn moeder vinden is lastig. Mijn opa was die verbinding, ons cement. Mijn moeder hield net als ik, in- en intens van hem. 

Ik draag je altijd bij me

Die lieve, ondeugende man. Mijn held. Ik draag hem altijd bij me. Als engel op mijn schouder (be)leeft hij mijn leven mee. Vaak vraag ik om zijn goedkeuring. Dan ga ik het gesprek met hem aan, vraag ik om zijn raad. Zijn foto staat nog steeds prominent op mijn bureau. Daarop gekleed in zijn zondagse pak, tikkeltje ondeugend en ietwat flirtend met diegene die dit dierbare kiekje heeft vastgelegd.

Voor het schrijven van een toespraak voor een uitvaart, sluit ik mijzelf op. Dan draai ik muziek uit mijn ‘Muzikale liefdesbrieven’-lijst en probeer de pure emoties te vangen. Nu ving ik zijn blik. En ineens wist ik het!
Ik wilde hém in een doosje doen en…heel goed bewaren.

In de vorige eeuw gingen we toch anders om met de dood dan nu. Praten over later is nog steeds niet makkelijk voor veel mensen maar het taboe rondom de dood wordt kleiner. We beseffen steeds meer dat het rust en ruimte creëert. Dat er (soms) tijd blijft om écht afscheid te nemen van elkaar. Daardoor ontstaat er ook veel meer gelegenheid om herinneringen zichtbaar te koesteren. Bijvoorbeeld met zo’n houten mini urn.

We hebben de as van opa begraven, dus die heb ik helaas niet meer van. Met uitzondering van wat foto’s en herinneringen heb ik niets meer van hem. Behalve dát zondagse pak van die foto, dat heb ik nog wel.

Zorgvuldig opgeborgen in een kledingzak hangt het pak boven op zolder. Elke verhuizing gaat het met me mee. Zomaar weggooien of meegeven in de ‘zak van Max’ lukt me niet. Het hangt niet in de weg maar er is ook niemand die het draagt. In een donker hoekje van de zolder hangt het pak in alle vergetelheid te raken.

Ik haalde het pak uit het donkere hoekje vandaan en knipte zorgvuldig een stukje stof uit dat zondagse pak en heb het in mijn houten urn gestopt. Mijn doosje. Daarmee heb ik niet alleen opa maar ook mijn herinneringen in een doosje gestopt. En soms doe het dekseltje even open en laat ik de herinnering mijn huis verwarmen.

De verbinding brengt ons samen

Enthousiast maakte ik mijn moeder deelgenoot van wat ik met het pak van haar vader had gedaan. Het ontroerde haar zichtbaar. Zij vertelde mij dat zij de nachtjapon van mijn oma had bewaard. Het laatste kledingstuk wat mijn oma heeft gedragen en waarin zij is overleden. Ik wist niet eens dat mijn moeder het had bewaard.  Zij had net als ik een stukje herinnering in de kast liggen om er nooit meer iets mee te doen.

Ik besloot om voor haar ook een houten urntje bij Harm te bestellen en knipte nog een stokje stof uit het pak. Ik gaf haar mijn herinneringen, verpakt in een pareltje, cadeau. Samen hebben we twee stukjes stof uit de nachtjapon van oma geknipt en het ieder in ons eigen doosje gedaan. Zonder woorden ontstond daar het cement en hebben we de verbinding naar elkaar voorzichtig weer gevonden. Door de mensen die ons dierbaar zijn weer bij elkaar te brengen. Opa en oma zijn samen.